| Navigatie Console  Ander nieuws? zie het mededelingenbord!














|  | Doopsgezinde gemeente| Geen bijzonderheden te melden. |
De godsdienstige beweging van de Dopersen, Wederdopers, Anabaptisten of Mennonieten vond zijn oorsprong in Zwitserland. Toen Menno Simons (1496-1561) in 1537 meer invloed wist te krijgen op de gang van zaken binnen de gemeenschap in de Lage Landen kreeg de aanvankelijk nogal sektarische beweging ook meer waardigheid. Menno probeerde gestalte te geven aan wat hij zich ten diepste als ideaal stelde: een vreedzame gemeente, waarbinnen de leer van het Evangelie op de voorgrond staat. De leer en opvattingen van de Doopsgezinden behelzen meer dan slechts het wederdopen. Zij waren de eersten die zich daadwerkelijk van de oude Kerk afkeerden en een eigen godsdienstig leven gingen leiden, althans in de Ommelanden. Ook te Uithuizen woonden omstreeks 1560 al vele Dopersen. Vanaf dat jaar worden zij in de gehele Ommelanden sterker vervolgd en in 1567 krijgt Claes Lucht uit 't Zandt de opdracht om hen te verdrijven. Claes en consorten traden met gewapende krijgslieden beestachtig op tegen Mennonieten te Uithuizermeeden en Uithuizen Het optreden van Claes Lucht was zelfs de autoriteiten te bar en hij werd daarna gevangen genomen en verbannen. De Reductie van 1594 bracht geen verlichting van druk voor de Doopsgezinden, die in aantal eerder toe dan afnamen. Hen werd, evenals de Rooms-katholieken, verboden om hun overtuiging uit te dragen en godsdienstbijeenkomsten te houden. Ook de oude (r.k.) Kerk, zelf na 1594 een verdrukte minderheid, bleef zich scherp afzetten tegen de Dopersen. Het ontstaan als zodanig van een Doopsgezinde Gemeente te Uithuizen moet, naar het lijkt, tussen 1600 en 1630 worden gezocht. De leden komen dan regelmatig en georganiseerd in het geheim bijeen in boerderijen, waarvan de bezitters Doopsgezind waren. In 1636 probeerden de te Uithuizen toonaangevende jonkers Gosen Schaffer van Almersma en Rudolf Ausma van Engersum paal en perk te stellen aan deze bijeenkomsten. Zij die kerkelanden huurden en bewoonden moesten de belofte afleggen, geen godsdienstoefeningen meer in hun boerderijen te houden. In 1686 is in officiële zin sprake van een Doopsgezinde Gemeente te Uithuizen, die in 1735 een Vermaning (kerkgebouw) bezit op de plaats van de tegenwoordige Doopsgezinde kerk. Vervolgens werd in 1784 een pastorie gesticht in de hoek Mennonietenkerkstraat/Hoofdstraat. Thans staat daar het pand van Bakker's Drukkerij, tevens geboortehuis van cabaretier Seth Gaaikema. Blijkens het rapport van schoolmeester H.L. Wessels verkeerde het kerkgebouwtje van de Doopsgezinden in 1828 "in een zeer vervallen staat en wordt ook geen dienst gedaan". Vanaf 1840 komt de Gemeente weer tot opleving en in 1868 besluit het kerkbestuur om het oude kerkje te verbouwen en vergroten voor een bedrag van f.4.000,-, in een extra kollekte door de gemeenteleden bijeengebracht. In de zijgevel van de kerkekamer bleef een klein raam uit de oude bouw behouden. In 2004 vond er een verbouwing plaats, waarbij de kerk ondermeer een aangepaste ingang kreeg. | | De Doopsgezinde kerk |
De Doopsgezinden beschikten voor het begraven van hun doden over een eigen begraafplaats, die in het verslag uit 1890 van de burgerlijke gemeente wordt aangeduid als "Algemeene Begraafplaats van de Doopsgezinde Gemeente". Aangezien er aan de Spuitstraat, nu St. Vincentiusstraat, een begraafplaatsje heeft bestaan, waarvan ook thans nog kisten met stoffelijke resten in de grond zitten, is het vrijwel zeker dat dit de begraafplaats van de Doopsgezinde Gemeente was. De Doopsgezinde Gemeente bezat in de 19e eeuw ook belendende percelen grond en heemsteden, aansluitend naar het noorden. Meer bijzonderheden over het begraafplaatsje zijn niet te achterhalen, daar een deel van de kerkearchieven helaas verloren is gegaan. In de 18e eeuw namen zogeheten liefdepredikers of leraars de kerkdiensten waar. Tjaart Pieters (1693-1776), landbouwer op Takuma en begraven bij de Jacobikerk, trad 44 jaar achtereen als zodanig op, namelijk van 1725 tot 1769. Diens zwager Lubbert Egges (1707-1771) stond hem bij en was sinds 1739 tevens leraar der Doopsgezinden te Usquert. Tjaart Pieters werd in 1769 als leraar opgevolgd door zijn schoonzoon Renger Melles van Ungersmaheerd te Uithuizermeeden, die dit ambt tot aan zijn dood in 1784 waarnam. Nadat de Gemeente tussen 1818 en 1840 slechts in naam bestond, verkeeg men in 1840 in Abraham Jacobus Pesch een eigen leraar, opgevolgd door D.Plantinius, daarna H.C.Dronrijp Uges, die in 1852 te Groningen een boekje liet uitgeven onder de titel "Allerlei rijm en onrijm".
Volgende predikanten: 1855-1895 Laurens van Cleeff, gekomen van Warns (fr.) 1897-1901 M. Honigh, van Zaandam 1901-1908 Pieter Oosterbaan, van St.Annaparochie 1909-1927, Herre Hooghiemster, van Stavoren 1934-1946 M.J.J.Gaaikema, geb. 1909, vertrokken naar Zijldijk, in 1936 voornaamste initiatiefnemer tot het doen bouwen van het Gemeenschapshuis "Oldörp" later Volkshogeschool en nu in gebruik genomen door een Zen-gemeenschap. 1946-1950 D .E. W. Siccama, naar Rotterdam 1954-1960 N . Klaassen 1960-1969 J.Oldekamp 1969-1979 vakant. verder informatie momenteel onbekend. Sommige Doopsgezinde predikanten waren aktief in het Departement Uithuizen van de "Maatschappij tot Nut van 't Algemeen", zoals L. van Cleeff en M.J.J.Gaaikema. Ds. D.Plantinius was in 1846 één der voornaamste oprichters van het Departement. Meer over het orgel in de Doopsgezinde kerk leest u op de aparte orgelpagina. |
 Wilt U meer weten? Gebruik dan UDING's Zoekmachine. |

Blijf op nu de hoogte van alles op UDING! Meldt U nu aan en ontvang het laatste nieuws per E-mail. |
|
|